Beluister deze blog via podcast of YouTube.
Kennis & wijsheid: Wat is nu waar?
Met ‘Wijsheid’ schreef Vlaamse psychoanalyticus en hoogleraar psychologie Paul Verhaeghe wederom een scherpe analyse van de tijdgeest. De observaties van Verhaeghe geven een waardevolle bijdrage aan de dialoog die we te voeren hebben over de rol, het nut en de functie van onderwijs in ons huidige tijdsbeeld. “Wijsheid’ doet ons mogelijk nadenken over wat we zien, wat we meten en wat we weten. In deze blog wil ik onderzoeken wat het onderwijsveld mee zou kunnen nemen uit dit boek.
Feiten, data en de illusie van objectiviteit
Steeds meer is er te weten, terwijl er veel is dat we nooit zullen weten. We kunnen met relatief weinig werk vaststellen hoeveel leerlingen in juli 2025 in Nederland een diploma voor hun middelbare school uitgereikt krijgen. Er is ook een precies aantal bonte spechten aanwezig op de wereld op het moment dat ik dit schrijf, maar dat aantal zul je alleen bij benadering te weten kunnen komen. Het is een feit dat bestaat, maar dat feitelijk niet weetbaar is.
Scholen meten het welbevinden van hun leerlingen en medewerkers. Anno 2025 is het welbevinden van beide groepen een punt van zorg. Veel jongeren voelen zich niet goed en wij proberen dat te duiden. We meten dit door vragen te formuleren en deze vragen af te nemen in een zo objectief mogelijke setting. Dat levert harde, kwantitatieve data op die zich gemakkelijk laat verwerken en goed laat vergelijken. Met soortgelijke methodiek vergelijken we ook de onderwijskwaliteit tussen landen, bijvoorbeeld via PISA scores.
In mijn rol als schoolleider zie ik de hang naar de getalsmatige en kwantitatieve duiding vooral voortkomen uit de verantwoordingsverplichting die er is naar de onderwijsinspectie; ‘Dat moet nu eenmaal.” Dat heeft tot gevolg dat hetgeen niet te meten is, ook minder belangrijk lijkt te zijn. “Als ik het niet kan meten, dan zal het er ook niet zo toe doen.” En juist binnen de context van het onderwijs is dat kwalijk, omdat in mijn ogen de belangrijkste opbrengsten van onderwijs juist niet of nauwelijks meetbaar zijn. Welbevinden, persoonlijke groei en de ontwikkeling van karakter zijn bijzonder lastig te meten, als dat al kan. Welbevinden meten we af aan de hand van gestandaardiseerde vragenlijsten, terwijl Kahneman (2011) heel goed aantoont welke risico’s het met zich meebrengt om op deze manier te meten.
De kloof tussen kennis en wijsheid
Paul Verhaeghe schetst in zijn boek ‘Wijsheid’ het verschil tussen ‘Kennis’ en ‘Wijsheid’. Hij betoogt dat we in de huidige tijd, met de moderne wetenschap, zeer veel kennis opgedaan hebben, maar dat van wijsheid helaas niet hetzelfde gezegd kan worden. Kennis bestaat uit feiten, data en wetenschappelijk inzicht dat ons leven efficiënter, overzichtelijker en gemakkelijker maakt. Wijsheid is wat ons helpt bij existentiële vragen zoals ‘Wie ben ik?”, “Waar kom ik vandaan?” en “Waar ga ik naartoe?”. In onze door data en maakbaarheidsgedreven samenleving worden kennis en wijsheid met elkaar verward, wat leidt tot problematische neveneffecten. Zeker wanneer ook macht een rol gaat spelen.
Onze perceptie doet voorkomen alsof we objectief waarnemen, maar we weten al vrij lang dat onze waarneming gekleurd is. Onze verwachtingen spelen daarbij een grote rol, maar ook taal en onze cultuur. Wat wij werkelijkheid noemen is in wezen interpretatie. De vraag is dus: “In welke mate bieden onze waarnemingen en de daarop gebaseerde kennis een accuraat beeld van de werkelijkheid?”. Een vraag die doet denken aan Plato’s grotvergelijking. Kennis is geen afspiegeling van de werkelijkheid, maar een construct dat sterk is beïnvloed door verwachtingen, taal en culturele kaders. En zo komen we aan bij het spanningsveld tussen realisme en nominalisme. Realisme zoekt objectieve, universele waarheden, waar nominalisme erkent dat zij mede gevormd is door verwachtingen, taal en cultuur.
Reflecteren, het kritisch kijken naar onszelf en vragen stellen bij ons denken en handelen, is een essentiële vaardigheid die voorwaardelijk is voor onze persoonlijke ontwikkeling. Voor reflectie is het essentieel om met een bepaalde mate van onzekerheid om te kunnen gaan. Daarmee is ook de verbinding die het heeft met onze persoonlijke en professionele identiteit duidelijk. We hebben sterk behoefte aan zekerheid. Bij veel traditionele krijgskunsten zie je dat kritische zelfreflectie een essentieel onderdeel is van het curriculum, omdat het voorwaardelijk is voor echte groei en ontwikkeling.
De verleiding van zekerheid
Verhaeghe betoogt dat wij onze zekerheid ontlenen aan data en wetenschappelijke kennis, maar dat deze niet toereikend zijn. Is kennis meetbaar en overdraagbaar; wijsheid is contextgebonden en niet goed te veralgemeniseren. Door die verwachting van zekerheid wel te hebben vragen wij de wetenschap antwoorden op vragen die zij ons nooit zullen kunnen geven. De vraag “Wat is een goede les op een middelbare school?” is daarmee vergelijkbaar met de vraag “Wat is een goede maaltijd?”. Er is in beide gevallen veel over te zeggen, maar een eenvoudig en duidelijk antwoord schiet al snel tekort om altijd, in alle gevallen passend te zijn.
Vroeger werd er een duidelijk hiërarchische triade gebruikt: Ruwe data wordt waargenomen, geordend en geselecteerd, om vervolgens als kennis te worden geïnternaliseerd. Wijsheid ontstaat pas als die kennis gecombineerd wordt met levenservaring. Onze tijd, waarin meetbaarheid, controle en maakbaarheid zo belangrijk gevonden worden heeft grote behoefte aan meer wijsheid. De overtuiging dat er één absolute waarheid is maakt kennis en wijsheid ondergeschikt aan een schijnzekerheid. Kennis kan gebruikt worden om te controleren en te manipuleren en zo macht te faciliteren, met grote risico’s tot gevolg. Dit is heel herkenbaar aan het feit dat in de commerciële sector veelvuldig gewezen wordt op wetenschappelijke effecten. ‘Handelaren in twijfel’, noemt Verhaeghe ze. Wijsheid vereist nuance en relativering. Verhaeghe ziet dat de wetenschap overschat wordt als de aangewezene om antwoord te geven op maatschappelijke vraagstukken van morele, existentiële of politieke aard.
Reclames op televisie, internet en in tijdschriften doen ons geloven dat we medicijnen, voedingssupplementen en gemodificeerde voeding nodig hebben. Ze proberen ons ervan te overtuigen dat wij onszelf tekort doen als we niet ons voordeel doen met deze (a) kennis, en (b) technologische ontwikkeling.
Verhaeghe spreekt van de ‘onttovering’ van de wereld. Daarmee doelt hij op het idee dat alles meetbaar en maakbaar is. ‘Straks weten we van alles precies zoals het is’, en ‘Straks zijn we in staat om elk probleem van een technologisch hoogstaande oplossing te voorzien’. Juist het idee dat niet alles meetbaar is verdragen wij als mens slecht. We hebben moeite met de rol die toeval speelt, terwijl toeval juist een grote rol speelt bij creativiteit en bij verandering.
Phronesis: Ethiek & context
Tot slot haalt Verhaeghe Aristoteles aan en zijn ‘Phronesis’: contextuele wijsheid die noodzakelijk is voor menselijke relaties en voor bestuur. Ethiek is voorwaardelijk voor de kwaliteit van onze keuzes, ook al lijkt het dat we alles weten en kunnen. Als we kennis niet leren te combineren met wijsheid, zullen wij niet in staat zijn om de grote problemen van onze tijd het hoofd te bieden.
Nederland ervaart een crisis in het onderwijs. De resultaten op de PISA ranglijst lopen terug, het (gemeten) welbevinden van zowel leerlingen als medewerkers holt achteruit en er is geen consensus over wat het doel van onderwijs zou moeten zijn. Hoewel de meningen niet ver uiteen hoeven te lopen, ontbreekt een vastgelegd gemeenschappelijk doel. Er is vrijheid van onderwijs. Het is juist die vrijheid die op dit moment maakt dat het doel niet duidelijk is en dat we, het onderwijsveld, OCW, inspectie en maatschappij, ons vastgrijpen aan dat wat wel duidelijk kan zijn; cijfers. Want hoe valt in godsnaam nog te controleren waar we mee bezig zijn als het niet in cijfers, SMART geformuleerde doelen of een PDCA cyclus te vangen is?
We zullen lef moeten hebben en kleur bekennen. We zullen het lef moeten hebben om de rust terug te brengen in het onderwijs, zodat de ontwikkeling van leerlingen de tijd krijgt die het nodig heeft. We zullen het lef moeten hebben om te accepteren dat niet alles meetbaar is. We zullen het lef moeten hebben om te vertrouwen op onderwijsprofessionals die in hun gezamenlijkheid bereid en in staat zijn om het goede te doen. Het gesprek binnen het onderwijs zal meer over ethiek moeten gaan, bijvoorbeeld door een moreel beraad. Er zal ruimte gemaakt moeten worden, ten koste van iets anders, voor een echte dialoog over wat ons onderwijs te doen heeft.
Zonder dat lef zal onderwijs alleen over kennis gaan, maar wordt er niemand wijzer van.
Menno Meerbach, juni 2025
Kahneman, D. (2011). Thinking, fast and slow. Farrar, Straus and Giroux.
Verhaeghe, P. (2025). Wijsheid. De Bezige Bij.
#WatIsWaar #Onderwijsreflectie #Perspectief #WaarheidEnWaarde #LerenEnLeide #MensEnMening #Onderwijsontwikkeling #KritischDenken #ReflectieInOnderwijs #LeiderschapInOnderwijs #DeHeldencode #theGrowthZone

